Cognitieve Kaarten (cognitive maps)

Deze post gaat over cognitieve kaarten, de bouwstenen in ons geheugen waarmee we in staat om onze positie te bepalen en te navigeren door de wereld.

Ik leg uit wat cognitieve kaarten zijn en waaruit ze zijn opgebouwd. Ook laat ik uit een klein praktijk onderzoekje in Leiden zien dat de kaarten tussen mannen en vrouwen niet altijd gelijk zijn.

Wat zijn cognitieve kaarten?

Kennis over hoe de omgeving is opgebouwd is nodig om te kunnen navigeren. Deze kennis is in het geheugen opgeslagen in de vorm van zogenaamde cognitieve kaarten. Dit zijn netwerken van elementen die met elkaar verbonden zijn in het geheugen. De cognitieve kaart vormt op deze manier een mentaal raamwerk met informatie over de opbouw van de fysieke buitenwereld.

Als we mensen vragen om een weergave te tekenen van een gebied tekenen mensen ook daadwerkelijk kaarten als representatie van dit mentale raamwerk. Het zou daarom best kunnen dat de uitvinding van de navigatiekaart geen toevalligheid is. Waarom hebben we niet gekozen voor een hulpmiddel bestaande uit tekst, of symbolen, of tekeningen van wat we zien? Omdat de kaart makkelijk en efficiënt te interpreteren is: Het bootst onze opgeslagen kennis na.

Detail van een cognitieve kaart. De verschillende districten zijn benoemd.

Elementen in cognitieve kaarten

De stedenbouwkundige Kevin Lynch heeft onderzoek gedaan naar cognitieve kaarten bij mensen. Cognitieve kaarten zijn kaarten die mensen bij zich dragen over de omgeving en raadplegen voor navigatie.

Voorbeeld van een knooppunt. Hier in de vorm van een T-splitsing.

Hij vond vijf consequent terugkomende kenmerken die hij gebruikte voor beschrijving en analyse van deze kaarten.

Als eerste van deze kenmerken zijn er de paden. Dit zijn wegen voor beweging zoals straten, paden, rivieren etc.

Voorbeeld van de afbakende randen van een gebouw onderaan een cognitieve kaart.

Deze paden kruisen elkaar op knooppunten. Op deze knooppunten centraliseer zich gedrag: gedrag gaat over van de ene functie naar een andere functie, en van een gebied naar een ander gebied.

Voorbeeld van een Oriëntatiepunt, hier een wenteltrap

Daarnaast zijn er de randen. Dit zijn beperkende of afsluitende elementen met meestal een lineair karakter zoals sloten of muren.

Op de kaarten bevinden zich ook districten, dit zijn grote gebieden met een algemene functie, zoals een bepaalde wijk of een afdeling in een ziekenhuis. Ten slotte zijn er nog de oriëntatiepunten, opvallende elementen die mensen gebruiken voor oriëntatie en referentie. Hierbij moet worden gedacht aan kunstwerken, een toren of een ander distinctief element.

Voorbeeld van een sequentiële map. Duidelijk is dat alleen die paden die lijden naar de bestemming zijn getekend.

Soorten kaarten

Lynch vond ook dat de cognitieve kaarten van mensen kunnen worden opgedeeld in twee categorieën, sequentiële kaarten (sequential maps) en spatiële kaarten (spatial maps). Sequentiële kaarten worden gebruikt om te reizen van punt naar punt. Ze bestaan daarom hoofdzakelijk uit paden & knooppunten.

Voorbeeld van een spatiele kaart. De verhoudingen tussen de districten zijn duidelijk zichtbaar.

Spatiële kaarten leggen daarentegen de nadruk op de spatiële organisatie van een gebied. Deze kaarten laten veel meer de relatie zien tussen aanwezige districten op de kaart.

Pieter de la Courtgebouw

Verschillen tussen mannen en vrouwen

Om verschillen tussen mannen en vrouwen te bekijken hebben vijf derdejaars psychologie studenten, twee jongens en drie meisjes, een kaart gemaakt van het Pieter de la Courtgebouw in Leiden. Het Pieter de la Courtgebouw huisvest de faculteit der sociale wetenschappen van de Universiteit Leiden.Het gebouw is een oud kantoorpand. De plattegrond is een rechthoek met in het midden de centrale hal. Vanaf de ingang gezien bevind zich rechts van de hal de bibliotheek. Links vanaf de ingang bevindt zich het restaurant en een café. Links achterin bevinden zich enkele zalen.

Plattegrond van de begane grond van het Pieter de la Courtgebouw.

Analyse van de getekende kaarten

In de vergelijking met de echte kaart hierboven zijn enkele algemene afwijkingen te melden. Allereerst kloppen veel van de afmetingen niet met de werkelijke afmetingen in verhouding tot het gebouw. Districten zijn veelal te klein gemaakt, en orientatiepunten te groot. Dit komt mogelijk doordat er een meer specifiek beeld bij de tekenaars aanwezig is van de oriëntatiepunten dan van de districten. Oriëntatiepunten trekken de aandacht en krijgen hierdoor een prominentere plek in het geheugen. Dit overtrekt de afmeting.

De locaties van elementen kloppen over het algemeen ook niet. Districten bevinden zich op de verkeerde plaats of zijn zelfs vergeten. Soms zijn ze gedraaid. De vorm van de districten komt niet overeen met de werkelijke vorm. De hal is vaak ook groter dan de daadwerkelijke hal.

In een enkel geval is de gehele vorm van het gebouw verkeerd getekend. In plaats van een liggende rechthoek is een staande rechthoek getekend, mogelijk door verwarring als gevolg van de staande rechthoek van de hal.

Daarnaast ontbreken veel details. Zo heeft geen van de tekenaars de fontein getekend in het midden van de hal. Ook ontbreken de vele tafeltjes, stoeltjes en planten in de hal en in de gangen. Elementen zoals ramen zijn niet getekend. Alle tekeningen hebben een lage spatiële resolutie, dit kan ook door lage motivatie komen om een goede tekening te maken.

Cognitieve kaart van een man. De kaart heeft een redelijk goede spatiële correctheid, maar met weinig details.

Als we verder de verschillen bestuderen tussen mannen en vrouwen dan valt op dat de twee kaarten gemaakt door mannen opvallend betere ruimtelijk overeenkomen dan de resterende drie kaarten gemaakt door vrouwen.

Cognitieve kaart van een vrouw. De kaart laat veel details zijn maar heeft niet de correcte verhoudingen.

Dit zou mogelijk kunnen komen doordat mannen meer geneigd zijn om zich ruimtelijk te oriënteren en meisjes meer geneigd zijn zich te oriënteren door middel van herkenning van details.

In dit geval zou dit mogelijk ook betekenen dat de kaarten van de meisjes veel meer details herbergen. Dit werd gedeeltelijk gevonden, twee van de drie kaarten hadden meer details in zich wat betreft stoeltjes en trappen in het gebouw. Uiteraard vormt de uitslag slechts een observatie en herbergt het weinig wetenschappelijke waarde. Voor een gedegen onderzoek zijn meer kaarten nodig.

Ik hoop dat dit een heldere introductie geeft op het begrip cognitieve kaart. Leuk om aan te denken de volgende keer als je uit het geheugen een kaart moet tekenen. Het blijkt dat onze kaarten verre van correct zijn. Dit geeft veel navigatie problemen. Dit levert de bijbehorende vraag op hoe mensen überhaupt navigeren. Deze vraag wordt in volgende posts beantwoord.

Posted by Wouter Tooren

Ik ontwikkel en analyseer gebruikerservaringen in de architectuur. Psycholoog, ontwerper, oprichter van Eyckveld. Liefhebber van goede koffie.

  1. Wendy Jansen 7 maart, 2016 at 18:03

    Dag Wouter,
    Interessant verhaal. Ik ben met twee anderen bijna klaar met het schrijven van een boek over collectieve intelligentie. Wij spreken ook over cognitieve kaarten (representaties), die er behalve individueel ook op collectief niveau zijn. Ik vond de kenmerken vd kaarten boeiend; die had ik nog niet eerder gelezen. Ik vroeg me af of deze kenmerken ook zouden gelden voor andere cognitieve kaarten, die niet over geografie/ruimten e.d. gaan. In elk geval gaan ze al wel op voor sociale netwerken. Heb jij hier ook gedachten over?

    Beantwoorden

  2. Hallo Wouter,

    Bedankt voor deze zeer informatieve uiteenzetting. Het stuk over Lynch en jouw analyse van getekende kaarten vormen een eyeopener voor mijn eigen onderzoek. Ik ben op dit moment bezig met reconstructie van oude kaarten. Mijn bedoeling is hiervan de kaartinformatie te herprojecteren op een topografische kaart. De onderzoekskaart is er een, waarvan zeker is dat de maker daadwerkelijk door de regio is gelopen en deze als ‘correct’ heeft uitgetekend. Tegenwoordig wordt deze kaart onderzoeksmatig afgeserveerd; naar mijn idee onterecht. Nu is er veel betere cartografische informatie, waartegen de oude kaart onbeholpen overkomt. Kijkend naar die oude kaart blijft de vraag hoe het kan dat de kaartmaker, zijn opdrachtgevers en inwoners van dit gebied de kaartinformatie indertijd als correct beoordeelden. Bekende atlasuitgevers (Blaeu, Visscher, Tirion, etc.) kopieerden de kaartinformatie om hun uitgave meer geloofwaardigheid te geven.
    Kan het zijn dat wij tegenwoordig de oude kaartinformatie in ons hoofd anders interpreteren dan de mensen 400 jaar geleden? Stel dat die kaart een (deels) cognitieve blijkt te zijn; waar kan ik die informatie verantwoord eruit filteren?
    Nadat ik jouw stuk heb gelezen zie ik een heleboel handvatten. Bedankt!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *