Navigeren in gebouwde omgeving deel 1/4: Introductie.

Dit is deel 1 van een vierluik over hoe mensen navigeren in de gebouwde omgeving. De inhoud van dit vierluik is een vertaling uit mijn bachelor these.

In dit deel zal ik het onderwerp introduceren. Ik bespreek wat ik bedoel met navigeren in de gebouwde omgeving, waar het vanuit cognitief perspectief uit bestaat en waarom het belangrijk is om met deze kennis rekening te houden bij ontwerpen van (grote) gebouwen.

Stel u heeft over 10 minuten een belangrijk sollicitatiegesprek voor een nieuwe baan. Met nog tien minuten te gaan bent u aangekomen bij het gebouw waar het gesprek gaat plaatsvinden. U bent een beetje gestrest en gespannen, wat normaal is voor dit soort gelegenheden. Misschien heeft u deze situatie al eens meegemaakt.

U kijkt naar het gebouw en vraagt u af of u wel op het juiste adres bent. Het gebouw kan een kantoorgebouw zijn of een ziekenhuis. Het is zoeken naar de ingang, die verscholen ligt op een donkere plek. Eenmaal binnen kunt u de plattegrond van het gebouw niet waarnemen. Alles lijkt op elkaar. U heeft geen idee hoe ruimten zich tot elkaar verhouden en er lijkt geen logisch systeem te bestaan voor de plaatsing van muren en afscheidingen. Het enige dat u weet is dat u nog zeven minuten heeft om op tijd te komen. Maar waar u bent in het gebouw blijft een mysterie.

Rivierstaete: Een echte draak, voorbeeld van een absoluut onnavigeerbaar kantorencomplex.

Uiteindelijk zal u op tijd aankomen bij uw afspraak. U heeft het gehaald, maar bent u ook klaar voor het gesprek? Waarschijnlijk bent u erg beïnvloed door het moeilijk navigeerbare gebouw. Het zou best kunnen dat u onzeker bent geraakt. Op deze manier kan een gebouw veel invloed uitoefenen op de ervaring en het gedrag van de gebruiker. Situaties zoals deze hebben mij aan het denken gezet. Hoe werkt navigeren eigenlijk?

Van dit soort gangen wordt niemand blij.

De weg vinden in een gebouw wordt in de literatuur niet navigeren genoemd maar wayfinding. Wayfinding is ook de term die wordt aangehouden in de rest van dit vierluik. Wayfinding is het gedrag dat nodig is om vanaf een startpunt naar een andere locatie te komen (Arthur & Passini, 2002). Het beschrijft het navigatieproces in bekende en onbekende omgevingen. Wayfinding kan op verschillende locaties plaatsvinden, bijvoorbeeld op de snelweg of in de stad. Voor deze uiteenzetting beperken wij ons tot wayfinding binnen gebouwen. Wayfinding in andere omgevingen vraagt om een andere aanpak, als we dit hier ook zouden behandelen dan wordt dit vierluik te groot en onleesbaar. Desalniettemin komt veel wat hier wordt besproken ook terug bij andere vormen van wayfinding.

Het leids universitair medisch centrum is een voorbeeld van een gebouw dat zich totaal niet presenteert aan de bezoeker. Je zal letterlijk een speurtocht moeten ondernemen om op de juiste locatie te komen.

Voor mensen met een handicap worden wayfinding problemen extra lastig. Hun handicap weerhoudt vaak het gebruik van routes die mensen zonder handicap wel kunnen nemen.

Wayfinding is geen onbelangrijk onderwerp. De impact van een slecht navigeerbare omgeving is groot (Arthur & Passini, 2002). Een slecht navigeerbaar gebouw geeft frustratie en stress. Dit kan leiden tot imagoschade en gezichtsverlies voor de eigenaar van een gebouw. Ook zorgt een slecht navigeerbaar gebouw voor meer onkosten door extra inzet van personeel. Daarnaast worden mensen met een handicap benadeeld doordat zij zich moeilijker kunnen redden in een omgeving die lastig toegankelijk is.

Een ander belangrijk aspect is veiligheid. Een locatie die goed wordt begrepen door de gebruiker is veiliger. Als een uitgang wordt versperd tijdens een noodsituatie moeten de gebruikers snel en betrouwbaar een alternatieve route kunnen vinden. In deze situaties kan het vermogen om te navigeren in hoge mate de overlevingskansen bepalen. Een moeilijk navigeerbaar gebouw verlaagt dus de veiligheid, met potentieel grote gevolgen.

Als het echt eens misgaat, kan je dan vertrouwen op je intuïtie om op tijd uit de machinekamer bovenwater te komen?

Bij wayfinding gaat het om wat de omgeving doet met de bezoeker van een gebouw. De uitwisseling tussen omgeving en gedrag vraagt dat we zowel kijken naar hoe de omgeving wordt waargenomen alsmede hoe dit wordt verwerkt. Waarneming en verwerking worden aangeduid met respectievelijk perceptie en cognitie. Dit is het veld van de toegepaste cognitieve psychologie en de omgevingspsychologie. Samen kijken deze twee onderzoeksgebieden naar de uitwisseling tussen de omgeving en het gedrag van de mens.

We weten dat het gebouw een belangrijke rol speelt in het faciliteren van wayfinding, maar hoe vindt wayfinding eigenlijk plaats? Dit vormt de centrale vraag binnen dit vierluik. Om deze vraag te beantwoorden kijken we naar wat we weten over wayfinding uit de literatuur tot nu toe. Tijdens de bespreking van deze literatuur houden we het eerder genoemde onderscheid tussen perceptie en cognitie aan. We voegen er een derde element aan toe: wayfindingmodellen. Deze modellen leveren stuk voor stuk een eigen bijdrage om de kennis over wayfinding te beschrijven, te verklaren en te voorspellen. Het is daarom verstandig om ze ook te behandelen in een inleiding over de theorie van wayfinding.

De opbouw van de resterende delen is als volgt. In de volgende post behandel ik de cognitie van wayfinding. Ik besteed aandacht aan de opslag van kennis in het geheugen en aan strategieën die gebruikt worden tijdens wayfinden. In deel drie behandel ik de perceptie van de omgeving. Hiervoor sta ik stil bij de structuur en de identiteit van gebouwen. In deel vier presenteer ik vier belangrijke modellen die perceptie en cognitie samenvoegen tot algemene theorieën. In de discussie van deel vier worden de modellen besproken en vergeleken. Ik eindig met een conclusie waarin ik de gepresenteerde informatie samenvat en mogelijkheden bespreek voor toekomstig onderzoek. Ook besteed ik kort aandacht waar een gebouw aan moet voldoen om goed navigeerbaar te zijn. Een overzicht met gebruikte bronnen is ook aanwezig aan het einde van deel vier.

Posted by Wouter Tooren

Ik ontwikkel en analyseer gebruikerservaringen in de architectuur. Psycholoog, ontwerper, oprichter van Eyckveld. Liefhebber van goede koffie.

  1. Interessant artikel, Wouter. In de architectuur wordt wayfinding vaak alleen bekeken vanuit de leesbaarheid van de plattegrond. De beleving van de gebruiker is dan vaak niet eens aan de orde.

    Als architect denk ik dat jouw vierluik voor architecten heel inzichtelijk kan zijn. Alleen al om wayfinding eens bij hen onder de aandacht te brengen.

    Ik ga ook zeker de andere delen van je vierluik lezen!

    Beantwoorden

    1. This is a most useful cortnibution to the debate

      Beantwoorden

  2. Dank je wel 🙂 Leesbaarheid van de plattegrond is absoluut belangrijk denk ik – maar onderzoek laat zien dat ons begrip van de omgeving ook andersom wordt gevormd, van onze ervaring naar een mentale plattegrond, ipv eerst kennis over een plattegrond, wat we daarna kunnen gebruiken om onze ervaring te begeleiden.

    Architecten zijn misschien zo gewoon om te denken in vormen, de relatie tussen ruimtes en de locatie op een plattegrond, dat het natuurlijk over komt. Maar de gemiddelde gebruiker heeft deze achtergrond niet en kan alleen op zijn zintuigen vertrouwen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *