Vier problemen met Evidence Based Design

Evidence Based Design (EBD), een nieuwe manier van ontwerpen, is een methode die bedacht is door Kirk Hamilton. Bij EBD wordt de ontwerper gevraagd om kritisch bewijsmateriaal te interpreteren, bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek. De uitkomst van deze interpretatie kan worden gebruikt om een concept te ontwikkelen en tot een weloverwogen oplossing te komen om een bepaald probleem of vraag te beantwoorden. Ik ben kritisch tegenover EBD. Ik denk niet dat het de oplossing bied die het suggereert. Ik geef in deze post vier stellingen waarvoor ik denk dat EBD geen oplossing heeft.

 

1: Architecten denken niet als wetenschappers.

Ik stel dat de duo taak die aan architecten wordt opgelegd niet mogelijk is in de praktijk. Dit komt doordat architecten en onderzoekers fundamenteel anders denken. Binnen de EBD aanpak wordt van architecten gevraagd om kritisch kennis te beoordelen en te interpreteren. Dit vraagt wel een andere aanpak dan bij ontwerpen.

Ontwerpers en architecten denken in de eerste plaats om het wat. Wat in de zin dat we kijken naar hoe een opdracht uit een programma van eisen kan worden vertaald naar een concept, en hoe dit concept kan worden vertaald in ruimtelijke vormen & materiaal. Wat moeten we inbrengen in een ontwerp om de vragen van de opdrachtgever te beantwoorden.

De wetenschapper, een kritische denker bij uitstek, kijkt anders naar kennis. De wetenschapper vraagt zich af waarom de dingen zijn zoals ze zijn en hoe deze dingen werken en functioneren. Dit is anders dan de wat vraag. Voor het kritisch kunnen beoordelen van informatie op juistheid, correctheid & toepasbaarheid is het noodzakelijk dat de architect ook de hoe manier van denken beheerst. Ik denk dat de architect dit niet kan. Het is bijzonder moeilijk om te schakelen in denkwijze.

Kennis en ervaring bepalen de perceptie van de ontvanger. De dingen die we zien zijn niet neutraal: onze omgeving wordt ontvangen en beoordeeld op basis van context. Dat gene wat je reeds beschikbaar hebt in het geheugen aan ervaring bepaald wat je ziet, en hoe je wat je ziet beoordeeld. Hierdoor kunnen architecten niet de hoe vraag beantwoorden. Ze zitten vast in de wat manier van denken. Omgekeerd zijn wetenschappers vaak ook geen succesvolle ontwerpers. Ik stel daarom dat de gedachte dat de ontwerper ook op de stoel van onderzoeker kan zitten niet haalbaar is in de praktijk.

 

2: Architecten zijn niet getraind in het voeren van gedegen en betrouwbaar onderzoek.

Om kritisch beschikbare kennis te beoordelen op bruikbaarheid voor een onderzoek moet de architect in staat zijn om dit onderzoek te beoordelen. Het is mijn stelling dat de architect dit niet kan. Hard direct bewijs heb ik niet voor deze stelling. Indirect bewijs wel. Volgens Kirk Hamilton vergt het slechts een beperkte bijscholing voor de architect om in staat te zijn om (wetenschappelijke) kennis te beoordelen op bruikbaarheid en betrouwbaarheid. Ervaring vanuit mijn eigen opleiding spreekt dit tegen. Het kost inderdaad weinig moeite om jezelf te trainen om wetenschappelijke literatuur te gebruiken. In zekere zin kunnen architecten dit ook natuurlijk – het sluit goed aan bij de wat vraag van denken. De andere poot, beoordeling, is een verhaal apart.

Veel wetenschappers schrijven stellig conclusies op, maar na kritische evaluatie zijn de conclusies niet te onderbouwen uit de beschikbare data. Het vergt een lange training van meerdere jaren om in staat te zijn om op een correcte manier artikelen te interpreteren. Het probleem is niet zozeer snappen wat de schrijver bedoelt, maar objectief kunnen beoordelen of de onderzoeksmethode en onderzoeksdata overeenkomt met de vraag en conclusie. Dit vergt een goede kennis van statistiek en onderzoekmethodiek.

Dat dit nodig is komt niet uit de lucht vallen: Uit een onderzoek van drs. K. Dijkstra en prof. A. T.H. Pruyn (2006) bleek dat uit een bestand van 533 wetenschappelijke studies die bruikbaar zijn voor EBD slechts dertig studies gedegen waren onderbouwd. De overige waren waren onvoldoende fundamenteel van aard, niet of onvoldoende getoetst aan de praktijk of beschikten over onvoldoende controle condities. Het laat zien dat als architecten te snel conclusies overnemen uit onderzoek, de bruikbaarheid van het concept snel laag uitkomt. Architecten zouden er daarom goed aan doen om wat betreft het onderzoeksdeel niet zelf aan de slag te gaan maar specialisten in te huren die in staat zin om de beoordeling voor hun te maken. Dit is niet een bijzonder idee: het is gebruikelijk dat architecten firma’s bijvoorbeeld ook bouwkundige ingenieurs inhuren.

 

3: Architectuur is geen wetenschap (wat wel wordt gepretendeerd).

Ik denk dat ik mag stellen dat architectuur niet gelijk is aan wetenschap (in tegenstelling tot o.a. bouwkunde). Ik denk dat architectuur als stroming in een lastige positie staat, het moet oplossingen geven voor problemen, maar het heeft ook te maken met esthetiek, smaak, mode etc. Het is een toegepaste kunstvorm. Waar ik mee zit is dat Evidence Based Design zich presenteert als de rationele manier om architectuur te bedrijven: voor elk probleem de juiste toegesneden oplossing. Het is als het ware alsof EBD in staat is om de link te vormen naar de wetenschap. Kijk bijvoorbeeld naar de procesgangen bij EBD:

  1. identificeer doelen van de cliënt.
  2. identificeer doelstelling van de architect.
  3. Identificeer ‘key design issues’.
  4. Zet de key design issues om in onderzoeksvragen.
  5. Verzamel informatie.
  6. Interpreteer kritisch de verzamelde informatie.
  7. Creëer een EBD concept.
  8. Ontwikkel een hypothese.
  9. Selecteer metingen om de hypothese te bevestigen of te verwerpen.

De negen stappen lijken erg veel op de stappen die worden gevolgd bij het uitvoeren van experimenteel wetenschappelijk onderzoek:

  1. Bepaal het onderzoeksdoel.
  2. Bepaal de onderzoeksvraag.
  3. Stel een hypothese op.
  4. Ontwerp een experiment om de hypothese te testen.
  5. Voer het experiment uit.
  6. Interpreteer de data.
  7. Verwerp of bevestig de hypothese.

Het punt wat ik wil maken is echter: Evidence Based Design is geen wetenschap. Wetenschap is (kort door de bocht) het opstellen van hypothesen en proberen deze te verwerpen door middel van (zoveel mogelijke) valide en betrouwbare metingen. Door gebruik te maken van wetenschappelijk jargon lijkt EBD wetenschappelijk. Het is het echter niet: Het is pseudowetenschap.

Dit komt door 2 oorzaken. Allereerst is de kritische interpretatie waarover wordt gesproken op punt 6 in hoge mate een subjectieve aangelegenheid. De ontwerper bepaalt zelf namelijk wat hij wil gebruiken. Dat is te makkelijk: het betekent dat de ontwerper een idee bedenkt, en vervolgens simpel alle kennis verwerpt wat niet overeenkomt met zijn idee. Het zou juist andersom moeten zijn: De ontwerper wordt tegengesproken door kennis die botst met zijn idee. Echter, het staat de ontwerper vrij te selecteren aan kennis wat hij/zij zelf maar wil. Een ander aspect is het selecteren van metingen om hypothesen te bevestigen, iets waar ik in de volgende stelling op in ga. Ik denk namelijk dat dit in de praktijk niet zal gebeuren.

Het draait uiteindelijk om een groot verschil tussen EBD en de wetenschap. De wetenschap is zowel kritisch naar kennis van anderen als naar kennis van zichzelf. EBD is alleen kritisch naar kennis van anderen. Blijf dan ook af van hypothese vorming en ga deze zeker niet toetsen. Blijf als architect ontwerper, en besteed het onderzoeksdeel uit aan die mensen die hierin zijn gespecialiseerd.

 

4: Post Occupancy Research zal niet worden uitgevoerd.

Een belangrijke toevoeging van EBD is dat gerealiseerde ontwerpen dienen te worden geëvalueerd na ingebruikname. Dit zou een groei van kennis en betere ontwerpen in de toekomst moeten bewerkstelligen. Deze evaluatie noemen we ook wel post occupancy onderzoek. Ik denk dat dit in de praktijk niet zal gebeuren, en heb hier goede redenen voor.

Ten eerste verwacht ik een probleem met tijd en kosten. Het uitvoeren van een post occupancy onderzoek bij bijvoorbeeld een ziekenhuis zal al snel een jaar duren en kost ongeveer een ton aan euro’s. Er moet een methodiek worden ontwikkeld, vragenlijsten worden opgesteld, vragenlijsten worden afgenomen en de uitslagen moeten worden geïnterpreteerd. Als je bedenkt hoeveel gebruikersgroepen een ziekenhuis herbergt dan kom je al snel uit dat dit een omvangrijke studie is.

Ik denk dat de meeste architecten firma’s niet de bronnen of de mensen beschikbaar hebben voor dit soort onderzoek. Het budget voor architecten firma’s is al niet groot, en tijd is schaars, dus in de praktijk zal veel post occupation onderzoek worden wegbezuinigd.

Een ander probleem is dat gedegen post occupancy onderzoek een vakkundige kennis van onderzoek vraagt. Elke architect kan terug keren naar een gebouw en bedenken of het gebouw functioneert, maar hoe distilleer je subjectieve meningen van objectieve uitslagen? Hiervoor zijn onderzoekers nodig. De huidige generatie architecten heeft niet de kennis om dit soort onderzoeken uit te voeren.

Een ander probleem schuilt denk ik in het ego van architecten. Niemand wil graag geconfronteerd worden met oude fouten. En iedereen weet hoe makkelijk een opdrachtgever zelf omgaat met het concept van de architect. Ik verwacht dat veel architecten niet snel geconfronteerd willen worden met gebouwen die eerder zijn ontworpen in hun carrière. Vooral omdat ze geen controle hebben over hoe deze gebouwen zijn gebruikt door de opdrachtgever.

Daarnaast ontwikkelen architecten ook vaak een eigen stijl of hebben ze een persoonlijke groei. Architectuur is immers een kunstvorm. In hoeverre is post occupancy onderzoek dan nog relevant, aangezien het een sterke rationele vorm van ontwerpen voorschrijft? Stel uit post occupation onderzoek komt dat er te weinig kleur is gebruikt in een ontwerp, is dit nuttige informatie voor een architect als zijn handelsmerk is om zwart witte gevels te maken? Ik verwacht dat de architect de uitslag verwerpt omdat het niet bij hem past. Hij wordt namelijk aangetast in zijn vrijheid en identiteit.

 

 

Tot zover deze vier punten. Volgende keer over dit onderwerp bespreek ik de ervaring met werken met EBD. In het kader van o.k. van de toekomst heb ik in een multi-disciplinair team samengewerkt om concepten te bedenken voor de gang naar de operatie kamer en de ruimtes hier omheen. Ik ga dan in op mijn eigen ervaringen, zowel de voordelen als de nadelen van de EBD methode.

Posted by Wouter Tooren

Ik ontwikkel en analyseer gebruikerservaringen in de architectuur. Psycholoog, ontwerper, oprichter van Eyckveld. Liefhebber van goede koffie.

  1. Goede benadering, erg interessant. Ik zocht net op evidence based design en kwam ook op de volgende link uit: http://www.buildingsenses.nl/wat-is-evidence-based-design/ Deze komt alleen op een 404 error page uit. Wellicht dat jullie even een 301 redirect moeten doen naar bijvoorbeeld deze post.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *